Carl Gustav Jung is de grondlegger van de Jungiaanse psychologie. Jung was een leerling van Freud. In tegenstelling tot Freud geloofde Jung niet dat alles wat een patiënt meemaakt in zijn leven voortkomt uit verdrongen ervaringen uit de jeugd. Volgens hem miste Freuds mentale model het deel dat zou kunnen verklaren waarom patiënten bijvoorbeeld droomden van beelden die niet terug te voeren zijn op hun persoonlijke ervaringen in het leven. Jung zag het bestaan van een collectief onbewuste met archetypen als een universeel ervaringspatroon. Volgens dit hindoeïstische concept worden alle gebeurtenissen, alle gedachten en alle emoties die tot nu toe zijn gebeurd, voor altijd opgeslagen in een soort database van de mensheid.
Jung voorzag de Jungiaanse psychologie van een uitgekiend model voor het classificeren van verschillende persoonlijkheidstypes. Hij onderscheidde vier psychologische functies, maar slechts één ervan kon dominant zijn in de persoonlijkheid: gedachten, emoties, waarnemingen en intuïtie. Gedachten en emoties zijn Jungs ‘rationele functies’ omdat ze veroordelend werken, en percepties en intuïties worden ‘irrationele functies’ genoemd.
Jung noemde de inhoud van het collectieve onbewuste archetypen. De vijf belangrijkste archetypen van de Jungiaanse psychologie zijn anima en animus, persona, schaduw en zelf. Anima is het vrouwelijke archetype van de mannelijke geest. De anima omvat alles wat de mannelijke geest met het andere geslacht verbindt – niet alleen zijn diepgevoelde onbewuste overtuigingen, maar ook het bestaan van eigenschappen die geassocieerd worden met het oervrouwelijke principe.
Omdat de inhoud onbewust is, kan de kennis van de anima alleen indirect worden verkregen doordat de man deze op de vrouw projecteert. Dit kan al dan niet overeenkomen met het innerlijke beeld van een vrouw.
Animus is de tegenhanger van vrouwelijk anima, de mannelijke kant van de vrouwelijke geest.
Persona’s zijn de sociale maskers van een persoon zoals hij zichzelf aan de wereld wil tonen. De functie van dit archetype is om te voldoen aan de verwachtingen van de samenleving, zodat individuen vlot en veilig contact kunnen houden met de buitenwereld. Op deze manier beschermen persona’s ook iemands kwetsbare innerlijke geest. Dit brengt echter ook nadelen met zich mee.
Volgens de Jungiaanse psychologie zijn schaduwen het krachtigste en potentieel gevaarlijkste archetype. Eigenschappen en kwaliteiten die vaak (nog) niet door jezelf herkend worden, staan in de schaduw. Schaduwen, zowel positief als negatief, verschijnen door dromen en projecties op anderen. Dit betekent dat je ongeïdentificeerde grootsheid wordt gezien als een positieve projectie op anderen. Terwijl je onbekende negatieve eigenschappen die op anderen worden geprojecteerd, zich uiten in afwijzing naar de ander.
Het zelf staat in de Jungiaanse psychologie centraal als het hart van de hele persoonlijkheid. Het bevat zodoende het bewuste, onbewuste en het uiterlijke. Het ego (bewuste ik) wordt hierbij niet gezien als het zelf. Anders gezegd: het zelf is de innerlijke leidende factor, groei is alleen mogelijk door naar onbewuste boodschappen uit dromen te luisteren van het zelf.
Binnen Psychologiepraktijk Van Noesel is een brede interesse voor verschillende stromingen binnen de psychologie. Benieuwd wat ik voor u kan betekenen? Neem contact op.
